06 44117977

Taal

De taalontwikkeling van een kind is complex en voor ieder kind anders. Elk kind ontwikkelt zich stap voor stap. Ook het leren praten doet elk kind op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Misschien zegt het ene kind zijn eerste woordje pas laat, maar leert het sneller zinnen te maken dan een ander kind dat het eerste woordje al wel vroeg kon zeggen.

Wanneer de taalontwikkeling van een kind langzamer of anders verloopt dan bij leeftijdsgenoten kan er sprake zijn van een taalprobleem. Er kunnen verschillende signalen zijn: het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt.

Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand of andere gezondheidsfactoren. Ook kan het voorkomen bij kinderen met een meertalige ontwikkeling, maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.

Een vertraging in de spraak- en taalontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.

Meertaligheid

Tegenwoordig worden in Nederland steeds meer kinderen twee- of meertalig opgevoed. Normaalbegaafde kinderen zijn prima in staat om op jonge leeftijd naast hun moedertaal nog één of meerdere talen te leren. Tweetaligheid kan voor kinderen een voordeel zijn, omdat zij al op jonge leeftijd heel bewust met taal en taalverschillen leren omgaan. Opgroeien met meer dan één taal is alleen een voordeel als de verschillende talen goed worden aangeboden en het kind het vermogen bezit om taal goed te begrijpen en gebruiken. Twee- of meertaligheid kan een probleem worden als deze gunstige omstandigheden ontbreken. Veel kinderen krijgen dan te maken met spraak- en taalachterstanden.

De meeste spraak- en taalproblemen komen voor bij kinderen die thuis één taal spreken en een tweede taal moeten leren in het land waar zij op dat moment wonen en naar school gaan. De tweede taal wordt deze kinderen min of meer opgedrongen.

Om geen achterstanden in de spraak en taal op te lopen is het belangrijk dat het kind met beide talen voldoende in aanraking komt. Wanneer de tweede taal alleen schooltaal is, zal de aard van het taalbegrip en de taalproductie beperkt ontwikkeld zijn.

Hoe kan logopedie helpen? 

De logopedist doet onderzoek naar de taalvaardigheden en de mogelijke beïnvloedende factoren in de talen die het kind gebruikt in het gezin en daarbuiten. Problemen hierbij worden in kaart gebracht en besproken. Zo nodig worden adviezen gegeven voor taalstimulering en indien er sprake is van een achterstand, wordt logopedische therapie opgestart.

Aanmelden

Meld u(w kind) aan en we helpen u (en uw kind) graag verder.

Ouder van Kees (3)

Kees (2 jaar) brabbelde hele verhalen in zijn eigen taal, alleen niemand kon hem verstaan. Heel frustrerend voor Kees, hij ging steeds vaker boos op de grond liggen of met speelgoed gooien. De logopedist ging op het niveau van Kees met hem spelen en leerde ons, hoe wij thuis met hem moesten spelen en communiceren. Al heel snel kwamen daar de eerste verstaanbare woordjes. Nu is hij 3 jaar en maakt hij verstaanbare zinnetjes, we begrijpen hem nu en Kees is niet meer zo vaak boos.